ECLI:NL:RBZWB:2015:7305
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond wegens ontbreken bewijs recht op kinderopvangtoeslag 2011
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het besluit van 13 februari 2015 van de Belastingdienst/Toeslagen waarin het recht op kinderopvangtoeslag over 2011 werd vastgesteld op nul euro. Zij stelde dat zij wel recht had op toeslag omdat zij kinderopvang had genoten, maar kon niet alle gevraagde documenten overleggen vanwege het faillissement van de kinderopvang en het verlies van administratie bij een verhuizing.
De rechtbank oordeelt dat eiseres onvoldoende bewijs heeft geleverd van de hoogte van de gemaakte kosten en dat de overgelegde facturen en bankafschriften niet overeenstemmen. Het ontbreken van een jaaropgave en volledige facturen betekent dat niet kan worden vastgesteld of en hoeveel kosten daadwerkelijk zijn betaald. De rechtbank acht het risico van het ontbreken van bewijs voor rekening van eiseres, ook omdat het gestolen van documenten niet aannemelijk is gemaakt.
Daarnaast is niet voldaan aan het vereiste dat kinderopvang plaatsvindt op basis van een schriftelijke overeenkomst met een geregistreerd kindercentrum of gastouderbureau. Omdat een dergelijke overeenkomst niet is overgelegd, bestaat er geen recht op kinderopvangtoeslag.
Hierdoor verklaart de rechtbank het beroep ongegrond en wijst het verzoek af. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard wegens onvoldoende bewijs van recht op kinderopvangtoeslag over 2011.