ECLI:NL:RVS:2011:BR3264
Raad van State
- Hoger beroep
- P.J.J. van Buuren
- H.G. Lubberdink
- F.C.M.A. Michiels
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening voorschot kinderopvangtoeslag wegens ontbreken geldige overeenkomst
De zaak betreft het hoger beroep van een appellant tegen de herziening van het voorschot kinderopvangtoeslag voor het jaar 2008 door de Belastingdienst/Toeslagen. De appellant stelde dat zij vanaf 1 januari 2008 recht had op toeslag op grond van een voorovereenkomst met een gastouderbureau van 24 december 2007.
De rechtbank had geoordeeld dat recht op toeslag pas bestond vanaf de datum waarop een schriftelijke overeenkomst was gesloten die voldeed aan de wettelijke eisen, namelijk 14 april 2008. De Belastingdienst had daarom terecht het voorschot vanaf 1 april 2008 toegekend. De rechtbank liet de rechtsgevolgen van het besluit in stand.
De Raad van State overwoog dat de voorovereenkomst niet voldeed aan de vereisten van artikel 52 Wko Pro en artikel 11 van Pro de Regeling Wet kinderopvang, omdat essentiële gegevens zoals prijs per uur, aantal opvanguren en duur van de overeenkomst ontbraken. Feitelijke opvang vanaf 1 januari 2008 is niet relevant zonder geldige overeenkomst.
Daarom werd het hoger beroep ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.