ECLI:NL:RVS:2011:BR5200
Raad van State
- Hoger beroep
- C.M. Ligtelijn-van Bilderbeek
- M.M. van der Smissen
- Rechtspraak.nl
Vaststelling niet-ontvankelijkheid bezwaar wegens termijnoverschrijding bij woonbootverwijdering
Het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam legde op 6 januari 2009 een last onder dwangsom op aan [wederpartij] om de woonboot uit het openbaar water te verwijderen. Het college verklaarde het bezwaar van [wederpartij] tegen dit besluit niet-ontvankelijk wegens overschrijding van de bezwaartermijn. De rechtbank Amsterdam vernietigde dit besluit en oordeelde dat het college onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat het besluit op de voorgeschreven wijze was bekendgemaakt.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelt anders. Het college heeft aannemelijk gemaakt dat het besluit aangetekend is verzonden naar het advocatenkantoor van de gemachtigde van [wederpartij]. Het bewijs van ontvangst door een baliemedewerker van het advocatenkantoor en de verklaring van TNT Post ondersteunen dit. Hierdoor is de termijn voor het indienen van bezwaar op 17 februari 2009 geëindigd, terwijl het bezwaar pas op 24 april 2009 is ingediend.
De Afdeling stelt vast dat [wederpartij] geen feiten heeft aangevoerd die een verschoonbare termijnoverschrijding rechtvaardigen. De stelling dat hij pas via e-mailcorrespondentie kennis kreeg van het besluit is onvoldoende. Ook het betoog dat het besluit onvoldoende concreet zou zijn, faalt. De Afdeling vernietigt daarom het vonnis van de rechtbank en verklaart het beroep ongegrond.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit van het college wordt ongegrond verklaard wegens niet tijdig ingediend bezwaar.