ECLI:NL:RVS:2011:BR6665
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins de Vin
- B. van Wagtendonk
- A.W.M. Bijloos
- Rechtspraak.nl
Bevestiging rechtmatigheid inbewaringstelling vreemdeling zonder geldig paspoort
De zaak betreft het hoger beroep van een vreemdeling tegen de uitspraak van de rechtbank die zijn inbewaringstelling op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 heeft bevestigd. De vreemdeling betoogde dat de richtlijn 2008/115/EG niet formeel was geïmplementeerd en dat de minister geen bevoegdheid aan de richtlijn zelf kon ontlenen. De Raad van State oordeelde dat de nationale wetgeving reeds voorziet in de maatregel van inbewaringstelling en dat een richtlijnconforme interpretatie van artikel 59 voldoende Pro is.
Daarnaast stelde de vreemdeling dat het ontbreken van een geldig paspoort niet tot rechtmatig verblijf mocht leiden, mede gelet op fundamentele rechten en jurisprudentie van het Hof van Justitie. De Raad van State stelde vast dat de vreemdeling geen familielid is van een Unieburger zoals bedoeld in het Vreemdelingenbesluit 2000 en dat artikel 8.11, tweede lid, van het Vb 2000 daarom niet op hem van toepassing is. Hierdoor was het ontbreken van een geldig paspoort relevant voor het oordeel over rechtmatig verblijf.
De Raad van State verwierp de grieven van de vreemdeling en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. De procedurekosten werden niet toegewezen. De uitspraak benadrukt dat richtlijnconforme interpretatie van nationale wetgeving toereikend is zolang de richtlijn niet formeel is geïmplementeerd, en dat het ontbreken van een geldig paspoort in dit geval leidt tot geen rechtmatig verblijf.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de rechtmatigheid van de inbewaringstelling van de vreemdeling zonder geldig paspoort.