Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 28 juli 2021 in de zaak tussen
mr. [eiser] , te [woonplaats] , eiser
het bestuur van de Raad voor Rechtsbijstand, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
Waar gaat deze zaak over?
Rechtbank Den Haag
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de Raad voor Rechtsbijstand waarin de vergoeding voor verleende rechtsbijstand aan drie uit Albanië afkomstige vreemdelingen is vastgesteld op een bedrag van € 1.836,20. Verweerder stelde dat sprake is van samenhangende procedures volgens artikel 11 van Pro het Besluit vergoedingen rechtsbijstand 2000 (Bvr 2000), omdat de zaken betrekking hebben op hetzelfde onderliggende feitencomplex en nagenoeg aansluitend ter zitting zijn behandeld.
De rechtbank heeft vastgesteld dat de beroepen van de rechtzoekenden samen zijn behandeld en dat er sprake is van een inhoudelijke samenhang en verknochtheid tussen de zaken. Hoewel eiser aanvoerde dat de zaken verschillen in aanhouding, detentiecentra en duur van inreisverboden, en dat er geen sprake is van gelijktijdige behandeling, concludeerde de rechtbank dat er sprake is van een nagenoeg gelijk feitencomplex en dat de zaken naar hun aard verknocht zijn.
Eiser voerde tevens aan dat verweerder geen consistent beleid voert, verwijzend naar andere zaken waarin samenhang werd ontkend. De rechtbank vond echter dat in de onderhavige zaak voldoende redenen zijn om samenhang aan te nemen. Het beroep op het gelijkheidsbeginsel faalde omdat eiser geen beroep daarop had gedaan in bezwaar en de omstandigheden verschillen van de andere zaken.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees het verzoek om vergoeding van proceskosten af. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 28 juli 2021 door rechter A.E. Dutrieux.
Uitkomst: Het beroep tegen de vaststelling van de vergoeding voor rechtsbijstand wordt ongegrond verklaard omdat sprake is van samenhangende en verknochte procedures.