ECLI:NL:RVS:2011:BT2596
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- H. Troostwijk
- C.H.M. van Altena
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit weigering verblijfsvergunning Libische asielzoeker wegens verslechterde veiligheidssituatie
De vreemdeling, een uitgeprocedeerde Libische asielzoeker, had bij besluit van 11 december 2009 een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel geweigerd gekregen. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, maar de vreemdeling stelde hoger beroep in bij de Raad van State.
De Raad van State overwoog dat sinds het eerdere besluit van 5 juni 2003 de veiligheidssituatie in Libië zodanig is verslechterd dat niet kan worden uitgesloten dat dit afdoet aan het eerdere besluit. Dit betekent dat er sprake is van nieuw gebleken feiten of veranderde omstandigheden, waardoor het besluit van 11 december 2009 getoetst kan worden.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de minister onvoldoende had gemotiveerd dat de vreemdeling, ondanks langere tijd buiten Libië te zijn geweest, niet een reëel risico liep op schending van artikel 3 EVRM Pro bij terugkeer. Op grond hiervan werd het hoger beroep gegrond verklaard, het besluit vernietigd en de proceskosten aan de vreemdeling toegekend.
De uitspraak benadrukt het belang van actuele feiten en omstandigheden bij de beoordeling van asielaanvragen en bevestigt dat verslechterde veiligheidssituaties aanleiding kunnen zijn voor hernieuwde toetsing van eerdere beslissingen.
Uitkomst: Het besluit van 11 december 2009 tot weigering van een verblijfsvergunning wordt vernietigd en het hoger beroep gegrond verklaard.