Conclusie
1.Inleiding
de overdragereenzijdig een verzoek om geruisloze doorschuiving kan intrekken. Ik ben geneigd die vraag ontkennend te beantwoorden. Maar ik meen dat
de overnemerin ieder geval niet eenzijdig zo’n verzoek kan intrekken. Het verzoek moet namelijk worden gedaan bij de aangifte van de overdrager, en intrekking van het verzoek kan daarom naar mijn mening alleen in de vorm van een aanvulling op die aangifte. Daarvoor is de medewerking van de overdrager onontbeerlijk (5.5).
2.De feiten en het geding in feitelijke instanties
De feiten
3.Het geding in cassatie
4.Rechtskader
mits zowel de belastingplichtige als degene die de onderneming voortzet dit bij de aangifte van de belastingplichtige verzoeken. [onderstreping door mij – RJK]”
De later kenbaar gemaakte gezamenlijke keuze kan dan in zoverre mede worden beschouwd als een aanvulling op de eerdere aangiften.
geen gevolgen meer kunnen worden verbonden indien deze zou leiden tot een hogere aanslag dan reeds is vastgesteld(zie onderdeel 2.6 slot en onderdeel 2.12 van de conclusie van de Advocaat-Generaal). Een zodanig geval doet zich te dezen echter niet voor; daarom behoeft thans geen bespreking welke gevolgen moeten worden verbonden aan het antwoord op vraag 4 in het Besluit van de Staatssecretaris van 19 december 2002, nr. CPP2002/3166M, BNB 2003/98. [27]
als uitgangspunt dat op een gemaakte keuze niet meer kan worden teruggekomen als de aanslag onherroepelijk vaststaat. Mede om redenen van uitvoerbaarheid (zie onderdeel 2.10 van de conclusie) moet daarom worden aangenomen dat de gezamenlijke keuze voor kwalificatie als partner niet meer kan worden gemaakt in het geval dat, zoals te dezen, de aanslag van één van de beoogde fiscale partners reeds onherroepelijk is. Daarbij is niet van belang of het tijdig maken van een keuze al of niet consequenties zou hebben gehad voor de onherroepelijk vaststaande aanslag. [onderstrepingen door mij - RJK]”
Op het verzoek kan niet worden teruggekomen.[onderstreping door mij – RJK]”
2.8 Keuze voljaarpartnerschap; herziening keuze door beide partners?
a contrariokan worden afgeleid dat eenzijdige herziening van een keuze bij toepassing van art. 3.63 Wet IB 2001 wel mogelijk is.
5.Beschouwing
de overdragerkan worden ingetrokken. Ik neig ertoe die vraag ontkennend te beantwoorden. Maar wat daarvan zij, ik meen dat
de overnemerin elk geval niet eenzijdig tot die intrekking kan overgaan omdat het verzoek moet worden gedaan bij de aangifte van
de overdrager, en intrekking van het verzoek naar mijn mening alleen kan in de vorm van een aanvulling op die aangifte. Daarvoor is de medewerking van de overdrager onontbeerlijk.
6.Beoordeling van het principale beroep in cassatie
gegrondworden verklaard.
7.Beoordeling van het incidentele beroep in cassatie
ongegrondmoet worden verklaard en kan worden afgedaan met toepassing van
art. 81 Wet Pro RO.
8.Na cassatie
nemo auditur propriam turpitudinem allegans, ofwel: niemand vindt gehoor die zich op zijn eigen schandelijkheid beroept. Dit beginsel zou eerder op deze zaak toegesneden kunnen zijn. Het vertoont enige verwantschap met het leerstuk van misbruik van procesrecht. Voor toepassing ervan is echter naar ik meen wel nodig dat de wederpartij (hier: de Inspecteur en/of de Staatssecretaris) een daarop afgestemd verweer voert. Dat is in deze zaak niet gebeurd. De Inspecteur en de Staatssecretaris hebben niet gesteld dat belanghebbende vanwege zijn medewerking aan de sideletter en het aanvankelijk achterhouden ervan, zijn recht heeft verspeeld om met een beroep op die sideletter te stellen dat het besluit om geruisloze doorschuiving toe te staan onrechtmatig is. Andere gronden om belanghebbende toegang tot een rechterlijk oordeel over de rechtmatigheid van dat besluit te onthouden zie ik niet.