ECLI:NL:RVS:2011:BT6261
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- A.W.M. Bijloos
- G. van der Wiel
- Rechtspraak.nl
Opheffing vreemdelingenbewaring wegens vrijwillige terugkeer naar Ghana
De vreemdeling was in vreemdelingenbewaring gesteld op grond van het gebruik van een vals document en het ontbreken van voldoende middelen van bestaan, wat volgens de minister betekende dat zij de voorbereiding van haar terugkeer of verwijderingsprocedure ontweek of belemerde.
De vreemdeling stelde echter onweersproken dat zij op doorreis was naar haar land van herkomst en vrijwillig en zo snel mogelijk terug wilde keren naar Ghana. Zij had meegewerkt aan het vertrekgesprek en aanvragen ingediend voor laissez passer en nationaliteitsverklaringen voor zichzelf en haar zoon, en een brief geschreven waarin zij haar vrijwillige terugkeer bevestigde.
De Raad van State oordeelde dat op grond van deze omstandigheden geen grond bestond om aan te nemen dat zij de terugkeerprocedure ontweek of belemerde, ook niet vanwege haar weigering mee te werken aan een later vertrekgesprek. Daarom werd de vrijheidsontnemende maatregel opgeheven, het hoger beroep gegrond verklaard, en een schadevergoeding toegekend.
Uitkomst: De vrijheidsontnemende maatregel is opgeheven en de vreemdeling ontvangt een schadevergoeding.