ECLI:NL:RVS:2011:BT6425
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- H.G. Lubberdink
- C.J. Borman
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Vernietiging niet tijdig nemen nieuw besluit verblijfsvergunning asiel en oplegging dwangsom
De vreemdeling had een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor zichzelf en haar minderjarige kinderen, die door de staatssecretaris van Justitie op 23 juli 2009 werd afgewezen. De rechtbank verklaarde het daarop ingestelde beroep gegrond en bepaalde dat de minister binnen zes weken een nieuw besluit moest nemen. De minister stelde hoger beroep in bij de Raad van State en verzocht om een voorlopige voorziening, die werd afgewezen.
De vreemdeling stelde vervolgens beroep in tegen het niet tijdig nemen van het nieuwe besluit en verzocht om een dwangsom en schadevergoeding. De Raad van State oordeelde dat het hoger beroep van de minister geen schorsende werking had en dat de minister niet tijdig een nieuw besluit had genomen. Hoewel geen ingebrekestelling was gedaan, was dit gezien de omstandigheden niet redelijkerwijs van de vreemdeling te verlangen.
De Raad van State verklaarde het beroep gegrond, vernietigde het niet tijdig nemen van het nieuwe besluit en stelde een termijn van twee weken voor het nemen van het besluit. Tevens werd een dwangsom opgelegd van €100 per dag met een maximum van €15.000. Het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen, maar proceskosten werden aan de vreemdeling toegekend.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, het niet tijdig nemen van het nieuwe besluit wordt vernietigd en de minister wordt opgedragen binnen twee weken een nieuw besluit te nemen onder oplegging van een dwangsom.