ECLI:NL:RVS:2011:BT6991
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- E. Steendijk
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Vaststelling schadevergoeding wegens onrechtmatige vrijheidsontneming van vreemdeling
De vreemdeling werd op 25 april 2010 vrijheidsontnemend vastgehouden. De rechtbank oordeelde op 25 februari 2011 dat de vrijheidsontneming onrechtmatig was en gaf bevel tot onmiddellijke opheffing, maar de minister stelde de vreemdeling pas vijf dagen later in vrijheid. De vreemdeling vorderde een schadevergoeding voor deze onrechtmatige detentieperiode.
De rechtbank wees het verzoek om schadevergoeding af en verklaarde een daaropvolgend beroep niet-ontvankelijk. De minister wees het bezwaar tegen deze beslissing ongegrond. De vreemdeling stelde daarop hoger beroep in bij de Raad van State.
De Raad van State oordeelde dat de minister onrechtmatig heeft gehandeld door de vrijheidsontneming ondanks het gerechtelijk bevel vijf dagen langer voort te zetten. De minister werd veroordeeld tot betaling van een schadevergoeding van 150% van het geldende normbedrag voor onrechtmatige vrijheidsontneming over de periode van 25 februari tot 2 maart 2011. Tevens werd de minister veroordeeld tot vergoeding van proceskosten. Hiermee verving de uitspraak het vernietigde besluit van de minister.
Uitkomst: De minister wordt veroordeeld tot betaling van een schadevergoeding van 150% van het normbedrag voor de onrechtmatige vrijheidsontneming van vijf dagen.