ECLI:NL:RVS:2011:BT7132
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- M.G.J. Parkins de Vin
- H.G. Sevenster
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van afwijzing verblijfsvergunning en terugkeerbesluit vreemdeling
De vreemdeling had een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd, welke door de minister werd afgewezen. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling tegen dit besluit ongegrond. De vreemdeling stelde hoger beroep in bij de Raad van State.
De kern van het geschil betrof de vraag of het terugkeerbesluit, dat de illegale verblijfstatus en de terugkeerverplichting vaststelt, zelfstandig bestreden kan worden via bezwaar of dat bezwaren tegen dit besluit gelijktijdig met het beroep tegen het afwijzende verblijfsbesluit aan de orde moeten worden gesteld. De Afdeling bestuursrechtspraak overwoog dat het terugkeerbesluit deel uitmaakt van een meeromvattende beschikking en dat er geen zelfstandig bezwaar tegen kan worden gemaakt.
De Raad van State bevestigde de uitspraak van de rechtbank en oordeelde dat er geen reden is om het terugkeerbesluit als een zelfstandige handeling aan te merken waartegen apart bezwaar kan worden gemaakt. De procedurele aanpak van gelijktijdige behandeling van bezwaren werd als correct beoordeeld. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.