ECLI:NL:RVS:2011:BU3111
Raad van State
- Hoger beroep
- C.H.M. van Altena
- R.J.R. Hazen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing tegemoetkoming planschade na bouw garage buren
Het college van burgemeester en wethouders van Opsterland wees op 10 maart 2010 een aanvraag van appellant om tegemoetkoming in planschade af. Appellant maakte bezwaar, dat op 22 juni 2010 ongegrond werd verklaard. De rechtbank Leeuwarden verklaarde het beroep van appellant tegen deze besluiten eveneens ongegrond op 10 maart 2011.
Appellant stelde in hoger beroep dat de rechtbank ten onrechte geen oordeel had gegeven over de rechtmatigheid van de lichte bouwvergunning voor de garage op het perceel van zijn buren. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat de rechtbank terecht geen oordeel gaf over die vergunning en dat eventuele onregelmatigheden bij de vergunningverlening niet leiden tot een recht op tegemoetkoming in planschade.
De Afdeling benadrukte dat de schade niet voortvloeit uit een planologische maatregel zoals bedoeld in artikel 6.1, tweede lid, van de Wet ruimtelijke ordening, en dat voor tegemoetkoming buiten die limitatief opgesomde gevallen geen plaats is. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door een enkelvoudige kamer zonder zitting op 2 november 2011.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de tegemoetkoming in planschade bevestigd.