Uitspraak
200900649/1/H1, overweegt de Afdeling dat de situatie die zich daar voordeed niet overeenkomt met de hier aan de orde zijnde situatie. In de aangehaalde zaak ging het namelijk om een verzoek om handhavend op te treden tegen de verbouwing en het gebruik van een bouwwerk als schoonheidssalon. Bovendien betrof het een gedeelte van het perceel in de gemeente Zundert dat op een grotere afstand van het perceel van [appellant 7] ligt. Gelet op het vorenstaande bestaat geen aanleiding voor het oordeel dat [appellant 7] niet wordt geraakt in een belang dat rechtstreeks bij dit onderdeel van het plan is betrokken. [appellant 7] kan in zoverre worden aangemerkt als belanghebbende in de zin van artikel 1:2 van Pro de Awb en zijn beroep is derhalve ontvankelijk.
200801932/1/R1is de Afdeling van oordeel dat op het gemeentebestuur de plicht rust zich voldoende te informeren omtrent de archeologische situatie in het gebied alvorens bij het plan uitvoerbare bestemmingen kunnen worden aangewezen en concrete bouwvoorschriften voor die bestemmingen kunnen worden vastgesteld. De door ZLTO Breda en anderen aangehaalde overwegingen uit de uitspraak van de Afdeling van 4 maart 2009 in zaak nr.
200705084/1hebben dezelfde strekking.
200705806/1waren de manegeactiviteiten die buiten op het perceel werden uitgevoerd, ingevolge het voorheen geldende plan "Buitengebied" toegelaten. Zoals de Afdeling eerder heeft overwogen in haar uitspraak van 10 november 2010 in zaak nr.
201000372/1/H1waren de binnenmanegeactiviteiten ingevolge dit plan niet toegestaan, maar mochten deze activiteiten slechts in een bepaalde mate worden voortgezet op grond van het overgangsrecht van dit plan. Het toestaan van manegeactiviteiten in de gebouwen op het perceel van [appellant 11] moet in planologisch opzicht derhalve als nieuw gebruik worden aangemerkt.
200906235/1/H1volgt immers dat het gebruik voor horecadoeleinden van het partycentrum "Hoeve Galderzicht" op basis van het overgangsrecht van het voorheen geldende plan "Buitengebied Rijsbergen" beperkt is tot horeca-activiteiten op doorgaans vrijdag- en of zaterdagavonden met niet meer dan 80 personen.
201004592/1zijn de bij de provinciale beleidsstukken behorende kaarten, waar [appellant 8] naar verwijst, opgesteld in een grote schaal en bevatten deze slechts een globale begrenzing van het stedelijk gebied. De concrete begrenzing daarvan dient op perceelsniveau plaats te vinden in een bestemmingsplan. De raad heeft hiervoor aangesloten bij de zoekgebieden voor stedelijke ontwikkelingen zoals die bekend waren ten tijde van het bestreden besluit. Gelet hierop kan aan de door [appellant 8] gestelde begrenzing van het stedelijk gebied niet de door hem gewenste betekenis worden toegekend. De ten opzichte van het ontwerp gewijzigd vastgestelde Verordening, waarbij de begrenzing van het stedelijk gebied zodanig is aangepast dat deze mede het betreffende perceel omvat, dateert van na het bestreden besluit. Hiermee kon de raad bij het nemen van dat besluit dan ook geen rekening houden.