Uitspraak
200506285/1, volgt dat ten aanzien van het reconstructieplan beroep heeft open gestaan tegen de daarin neergelegde zonering intensieve veehouderij. De onderdelen van bestemmingsplannen die voortvloeien uit onderdelen van het reconstructieplan waartegen beroep heeft open gestaan, vallen onder de reikwijdte van artikel 29, derde lid, van de Reconstructiewet concentratiegebieden (hierna: Rwc). Ingevolge artikel 29, derde lid, van de Rwc, zoals deze bepaling luidde ten tijde hier van belang, kan het inbrengen van bedenkingen als bedoeld in artikel 27 van Pro de Wet op de Ruimtelijke Ordening geen betrekking hebben op die onderdelen van een bestemmingsplan die voortvloeien uit een bekendgemaakt reconstructieplan.
200203635/1op het perceel, uitsluitend ter plaatse van een inmiddels gesloopt dubbel woonhuis, de bouw van één blok van twee aaneengesloten woningen toe. Op het perceel is met vrijstelling een bouwvergunning verleend voor de bouw van een vrijstaande woning op een locatie iets ten noorden van de locatie van het gesloopte dubbele woonhuis. De Afdeling stelt vast dat de verleende bouwvergunning en vrijstelling niet met zich brengen dat de bestemming van de gronden waarop het dubbele woonhuis stond is gewijzigd.
200500006/1over het uitwerkingsplan "De Groene Poort" overwogen dat het uitwerkingsplan rechtsonzeker is omdat de bestemmingen "Hoofdgebouw -G-" en "Zoombeplanting" elkaar overlappen, zodat aan een deel van de gronden gelijktijdig twee verschillende bestemmingen zijn toegekend. In het voorliggende plan is aan het perceel van het museum de bestemming "Dagrecreatieve doeleinden (RD)" toegekend. Ingevolge artikel 14.1, lid 1, van de planvoorschriften zijn de gronden ondermeer voor een museum, en parkeer- en groenvoorzieningen. De functies zijn toegelaten binnen het gehele bestemmingsvlak. Anders dan de Werkgroep betoogt, valt uit voornoemde uitspraak van de Afdeling niet af te leiden dat de zoombeplanting op het perceel uit een oogpunt van rechtszekerheid als zodanig bestemd dient te worden. Hoewel door de wijze van bestemmen in het voorliggende plan een eventuele uitbreiding van het museum ten koste kan gaan van de zoombeplanting, bestaat geen grond voor het oordeel dat het college de planregeling voor het perceel niet aanvaardbaar heeft kunnen achten. Daarbij wordt in aanmerking genomen dat het perceel blijkens het deskundigenbericht grotendeels onbebouwd is, zodat een uitbreiding niet noodzakelijkerwijs ten koste behoeft te gaan van de zoombeplanting, en dat het college van burgmeester en wethouders van Boxtel ingevolge de planvoorschriften nadere eisen kan stellen aan de situering van bebouwing.