ECLI:NL:RVS:2011:BU3411
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- H.G. Sevenster
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Bevestiging recht op verblijf voor partner van dubbele nationaliteit onder Unierecht
De zaak betreft het hoger beroep van de minister van Immigratie en Asiel tegen een uitspraak van de rechtbank die het bezwaar van een vreemdeling tegen de afwijzing van een verblijfsdocument gegrond verklaarde. De vreemdeling is partner van een persoon met zowel de Nederlandse als Portugese nationaliteit die gebruik heeft gemaakt van zijn recht op vrij verkeer binnen de EU.
De minister stelde dat door de naturalisatie van de partner de vreemdeling niet langer aanspraak kan maken op verblijf op grond van het Unierecht, omdat de partner nu dezelfde positie heeft als Nederlanders die nooit gebruik hebben gemaakt van het recht op vrij verkeer. De Raad van State verwierp dit standpunt, stellende dat het verkrijgen van de Nederlandse nationaliteit niet afdoet aan de rechten die de partner aan zijn hoedanigheid als EU-burger ontleent.
De Raad van State bevestigde daarmee de eerdere uitspraak van de rechtbank en veroordeelde de minister tot vergoeding van proceskosten. De uitspraak benadrukt de bescherming van het recht op vrij verkeer en verblijf binnen de EU, ook na naturalisatie van de betrokkene.
Uitkomst: Het hoger beroep van de minister wordt ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak bevestigd.