Uitspraak
200909234/1) vormt het koppelingsbeginsel op zichzelf een redelijke en objectieve rechtvaardiging voor het onderscheid tussen aanvragers om een kindgebonden budget die wel een verblijfsvergunning hebben en aanvragers die geen verblijfsvergunning hebben. Dit onderscheid is bij wet voorzien en kan noodzakelijk worden geacht in het belang van de bescherming van het economisch welzijn van het land, nu de weigering strekt tot rechtmatige en gerechtvaardigde verlening van publieke middelen. De weigering om aan een ouder zonder verblijfstitel een kindgebonden budget te verstrekken is, mede gelet op de hoogte, het resultaat van "fair balance" tussen het algemeen belang bij de bescherming van het economisch welzijn van het land en het belang van die ouder.