Uitspraak
200903710/1/H2, geen aanleiding gevonden voor een ander oordeel.
200909738/1/H2, dat volgens vaste rechtspraak van de Afdeling de voorzienbaarheid van een planologische wijziging moet worden beoordeeld aan de hand van de vraag of ten tijde van de aankoop van de onroerende zaak voor een redelijk denkend en handelend koper aanleiding bestond om rekening te houden met de kans dat de planologische situatie in nadelig opzicht zou veranderen, waarbij rekening moet worden gehouden met concrete beleidsvoornemens die bekend zijn gemaakt. Volgens [appellant] waren er ten tijde van de aankoop van zijn perceel geen concrete beleidsvoornemens op grond waarvan hij rekening moest houden met een verandering van het planologische regime voor perceel [locatie 2] en hoefde hij ten tijde van de koop niet te verwachten dat in 2007 een vrijstellingsbesluit voor de bouw van een nieuwe woning op dat perceel zou worden genomen. Hij voert verder aan dat de omstandigheid dat ingevolge de vrijstelling vrijwel vergelijkbare bebouwing op perceel [locatie 2] mag worden gerealiseerd als daar ten tijde van de koop planologisch was toegestaan, geen reden is om voorzienbaarheid aan te nemen. Volgens [appellant] legt de rechtbank ten onrechte een verband tussen hetgeen na de planologische verandering ingevolge de vrijstelling op perceel [locatie 2] wordt toegestaan en hetgeen op dat perceel ten tijde van de koop was toegestaan. [appellant] doet voorts een beroep op de uitspraak van de Afdeling van 6 oktober 2004 in zaak nr.
200402448/1, waarbij is overwogen dat bij de beoordeling van de vraag of een planologische verandering voorzienbaar is niet zonder meer voorbij mag worden gegaan aan een voor de aanvrager voordelig planologisch regime dat in werking is getreden na aankoop van de onroerende zaak, ook niet als de bouw- en gebruiksmogelijkheden die ingevolge het beweerdelijk schadeveroorzakende planologische besluit zijn toegestaan niet wezenlijk verschillen van hetgeen ten tijde van de koop ter plaatse planologisch was toegestaan.
201006920/1/H2anderzijds verschillend is beantwoord. In onder meer de uitspraak van 16 december 2009 is overwogen dat voor het antwoord op de vraag of een planologische verandering buiten het eigen perceel voor een aanvrager voorzienbaar was, alleen de planologische situatie ten tijde van de koop van het eigen perceel van belang is. In de uitspraken van 6 oktober 2004 en 20 juli 2011 is overwogen dat de rechtszekerheid meebrengt dat ook betekenis toekomt aan een verandering van het geldende planologische regime na de koopdatum.