Uitspraak
200801014/1gestelde prejudiciële vragen.
200704304/1en 23 april 2008 in zaak nr.
200703367/1), dat het vrij verkeer van diensten met zich brengt dat de eis van een tewerkstellingsvergunning niet zonder meer kan worden gesteld, ook wanneer de dienstverlening door een Pools bedrijf louter bestaat uit het ter beschikking stellen van arbeidskrachten. Aangezien de beperking van het vrij verkeer van diensten proportioneel dient te zijn, dient de minister te onderzoeken of de doelstellingen die met de eis van een tewerkstellingsvergunning worden beoogd, niet met minder vergaande middelen kunnen worden bereikt, aldus [appellante]. Nu van een dergelijk onderzoek niet is gebleken, is volgens [appellante] het besluit van 18 januari 2008 onzorgvuldig voorbereid en ondeugdelijk gemotiveerd.
200908558/1/V6). Ook bij de toepassing van deze beleidsregels en de daarin vastgestelde boetebedragen dient de minister in elk voorkomend geval te beoordelen of die toepassing strookt met de hiervoor bedoelde eisen die aan de aanwending van de bevoegdheid tot het opleggen van een boete moeten worden gesteld. Indien dat niet het geval is, dient de boete, in aanvulling op of in afwijking van het beleid, zodanig te worden vastgesteld dat het bedrag daarvan passend en geboden is.
200704906/1) wordt in situaties waarin sprake is van het volledig ontbreken van verwijtbaarheid van boeteoplegging afgezien. Hiertoe dient de werkgever aannemelijk te maken dat hij al hetgeen redelijkerwijs mogelijk was heeft gedaan om de overtredingen te voorkomen. Een verminderde mate van verwijtbaarheid kan aanleiding geven de opgelegde boete te matigen.
200701639/1) is het de eigen verantwoordelijkheid van een werkgever om bij aanvang van de werkzaamheden na te gaan of aan de voorschriften van de Wav wordt voldaan. Derhalve was het tevens de verantwoordelijkheid van [appellante] om ervoor te zorgen dat de vreemdelingen geen werkzaamheden verrichtten zonder dat hiervoor geldige tewerkstellingsvergunningen waren verleend.
200804252/1 en 200804255/1) de eigen verantwoordelijkheid van de werkgever om te kiezen voor het indienen van een aanvraag om wijziging onderscheidenlijk verlenging van een tewerkstellingsvergunning of voor het doen van een notificatie. Indien de CWI naar aanleiding van een notificatie nader onderzoek zou moeten verrichten naar de juistheid daarvan, zou het op het gemeenschapsrecht gefundeerde onderscheid tussen enerzijds het indienen van een dergelijke aanvraag en anderzijds het doen van een notificatie zijn betekenis verliezen omdat dan in beide gevallen een inhoudelijke beoordeling door de CWI zou moeten plaatsvinden. In de brieven van de CWI van 16 januari onderscheidenlijk 1 februari 2006, waarin is vermeld dat de melding, als bedoeld in artikel 1e van het Besluit, compleet is, is dan ook tevens vermeld dat de CWI geen uitspraak doet over de rechtmatigheid van de melding.