ECLI:NL:RVS:2011:BV1578
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins de Vin
- A.B.M. Hent
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Vaststelling geen recht op bescherming wegens verslechterde veiligheidssituatie in Afghanistan
De vreemdeling had een aanvraag tot verlening van een verblijfsvergunning asiel ingediend, die door de staatssecretaris van Justitie op 1 december 2008 werd afgewezen. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond, waarna hoger beroep werd ingesteld bij de Raad van State.
De Raad van State oordeelt dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat de overgelegde documenten geen nieuw gebleken feiten of veranderde omstandigheden bevatten. De algemene veiligheidssituatie in Afghanistan was verslechterd, wat een toetsing van het besluit van 1 december 2008 rechtvaardigt.
Desalniettemin concludeert de Raad dat de vreemdeling onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat hij persoonlijk gevaar loopt, met name in de provincie Nangarhar. De minister heeft een ruime beoordelingsvrijheid bij het bepalen van beschermingsbehoefte en heeft terecht geoordeeld dat de vreemdeling niet tot een categorie behoort die bijzondere bescherming verdient.
De Raad van State verklaart het hoger beroep gegrond, vernietigt het vonnis van de rechtbank en verklaart het beroep van de vreemdeling ongegrond. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en het besluit tot afwijzing van de verblijfsvergunning bevestigd.