ECLI:NL:RVS:2010:BL8114
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- A.W.M. Bijloos
- C.H.M. van Altena
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen afwijzing verblijfsvergunning asiel wegens onvoldoende risico in provincie Herat
De vreemdeling had een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel, welke door de staatssecretaris op 1 november 2009 werd afgewezen. De voorzieningenrechter had dit besluit vernietigd en de staatssecretaris opgedragen een nieuw besluit te nemen. De staatssecretaris stelde vervolgens hoger beroep in bij de Raad van State.
De Raad van State overwoog dat het asielrelaas van de vreemdeling onvoldoende positieve overtuigingskracht had vanwege vage en summiere verklaringen, waaronder onduidelijkheden over zijn werkzaamheden op de luchthaven en de dreiging van de Taliban. Tevens oordeelde de Raad dat de situatie in de provincie Herat niet voldeed aan de criteria van artikel 15, aanhef en onder c, van de richtlijn 2004/83/EG, omdat het geweldsniveau niet zodanig hoog was dat een burger louter door aanwezigheid een reëel risico liep op ernstige schade.
De Raad vernietigde de uitspraak van de voorzieningenrechter en verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond. Daarnaast concludeerde de Raad dat de staatssecretaris zich terecht op het standpunt heeft gesteld dat er in Afghanistan adequate opvangmogelijkheden zijn, ondanks het ontbreken van contact met bepaalde familieleden.
Er werd geen aanleiding gezien voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak werd gedaan door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op 12 maart 2010.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en het besluit tot afwijzing van de verblijfsvergunning wordt bevestigd.