ECLI:NL:RVS:2012:BV1586
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- H. Troostwijk
- H.G. Sevenster
- Rechtspraak.nl
Vreemdeling niet vrijgesteld van mvv-plicht zonder geldige EG-verblijfsvergunning
De vreemdeling beschikte niet over een geldige machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) en over een door Spanje afgegeven verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd, die echter niet de vereiste aantekening 'EG-langdurig ingezetene' bevatte. De minister wees het bezwaar van de vreemdeling tegen de afwijzing van haar aanvraag voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd af, omdat zij niet voldeed aan de vereisten van artikel 17, eerste lid, onder h, van de Vreemdelingenwet 2000.
De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond en vernietigde het besluit, maar de Raad van State stelde in hoger beroep vast dat alleen houders van een EG-verblijfsvergunning zijn vrijgesteld van de mvv-plicht. De verklaring van de Spaanse autoriteiten voldeed niet aan de vormvereisten van de EU-verordening en kon daarom niet als EG-verblijfsvergunning gelden.
De vreemdeling stelde dat Spanje de richtlijn niet correct had geïmplementeerd en dat zij in bewijsnood verkeerde, maar de Raad van State oordeelde dat een enkele stelling onvoldoende is om toepassing van de hardheidsclausule te rechtvaardigen. De minister had dan ook terecht het bezwaar ongegrond verklaard. Het hoger beroep van de minister werd gegrond verklaard en het beroep van de vreemdeling ongegrond.
Uitkomst: De Raad van State vernietigt het vonnis van de rechtbank en verklaart het beroep van de vreemdeling ongegrond omdat zij niet vrijgesteld is van de mvv-plicht zonder geldige EG-verblijfsvergunning.