ECLI:NL:RVS:2019:565
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- H.G. Lubberdink
- H.G. Sevenster
- Rechtspraak.nl
Vernietiging inreisverbod wegens strijd met rechtszekerheidsbeginsel en Unietrouw
Op 30 mei 2016 vaardigde de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een inreisverbod uit tegen de vreemdeling voor vijf jaar wegens gevaar voor de openbare orde. De vreemdeling stelde beroep in tegen dit besluit. De rechtbank verklaarde zich onbevoegd omdat reeds een Belgisch inreisverbod van tien jaar bestond.
De staatssecretaris stelde hoger beroep in en voerde aan dat het Nederlandse inreisverbod aanvullende rechtsgevolgen heeft, waaronder strafbaarstelling van verblijf. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat artikel 197 WvSr Pro alleen ziet op Nederlandse inreisverboden en dat het Belgische inreisverbod niet tot dezelfde rechtsgevolgen leidt.
Voorts stelde de vreemdeling dat het Nederlandse inreisverbod het nuttig effect van de Terugkeerrichtlijn schaadt. De Afdeling bevestigde dat het uitvaardigen van een tweede inreisverbod met een andere duur in strijd is met het rechtszekerheidsbeginsel en het beginsel van Unietrouw. De Afdeling vernietigde het Nederlandse inreisverbod en veroordeelde de staatssecretaris tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het inreisverbod van de staatssecretaris is vernietigd wegens strijd met het rechtszekerheidsbeginsel en het beginsel van Unietrouw.