ECLI:NL:RVS:2012:BV2893
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- C.J. Borman
- A.B.M. Hent
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen bewaring vreemdeling en toetsing controle op A67 nabij Duitse grens
De vreemdeling werd op 20 juni 2011 in vreemdelingenbewaring gesteld vanwege het ontbreken van een identiteitsbewijs, het ontbreken van een vaste woon- en verblijfplaats en het ontbreken van middelen van bestaan. De rechtbank 's-Gravenhage verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond en beval opheffing van de bewaring, tevens kende zij schadevergoeding toe.
De minister stelde hoger beroep in bij de Raad van State. Deze toetste het besluit tot bewaring aan de wettelijke bepalingen, waaronder artikel 4.17a van het Vreemdelingenbesluit 2000, dat regels stelt aan controles binnen twintig kilometer van de grens en maximale controleuren per dag en maand. Uit het locatieoverzicht bleek dat de controle op de A67 ter hoogte van Venlo binnen de toegestane grenzen was uitgevoerd.
De Raad van State verwierp het standpunt van de vreemdeling dat het locatieoverzicht onvolledig was vanwege mogelijke controles door andere brigades elders op de A67. Verder oordeelde de Afdeling dat de bewaring rechtmatig was, ook gelet op de asielaanvraag die de vreemdeling later introk. De Afdeling verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde het vonnis van de rechtbank en verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond. Het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en de bewaring wordt gehandhaafd; het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.