ECLI:NL:RVS:2002:AE8079
Raad van State
- Hoger beroep
- B. van Wagtendonk
- M. Vlasblom
- M.G.J. Parkins-de Vin
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vreemdelingenbewaring ondanks uitblijven categoriewijziging na asielaanvraag
Appellante is op 23 mei 2002 in vreemdelingenbewaring gesteld op grond van artikel 59, eerste lid, onder a, van de Vreemdelingenwet 2000. Op 24 mei 2002 diende zij een asielaanvraag in. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante tegen de bewaring ongegrond, waarna zij hoger beroep instelde bij de Raad van State.
Appellante stelde dat het uitblijven van een categoriewijziging van de grondslag voor haar bewaring onrechtmatig was, omdat de oorspronkelijke grond verviel door haar asielaanvraag. De Raad van State oordeelde dat zolang geen categoriewijziging heeft plaatsgevonden, de bewaring berust op de oorspronkelijke grond. Het uitblijven van een categoriewijziging maakt de bewaring slechts onrechtmatig indien de belangen van de bewaring niet in redelijke verhouding staan tot de ernst van het gebrek.
De Raad van State stelde vast dat de belangen van de openbare orde en nationale veiligheid nog steeds aanwezig waren en dat de termijn sinds de asielaanvraag relatief kort was. De grief faalde daarom. Andere aangevoerde grieven werden als niet relevant voor vernietiging beoordeeld. Het hoger beroep werd kennelijk ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.