Uitspraak
200205524/1, heeft de Afdeling de tegen de beslissing op bezwaar inzake het A-besluit ingestelde beroepen gedeeltelijk en de tegen de beslissing op bezwaar inzake het RO-besluit ingestelde beroepen geheel gegrond verklaard. De Afdeling heeft daarbij de beslissing op bezwaar inzake het A-besluit gedeeltelijk vernietigd en heeft de beslissing op bezwaar inzake het RO-besluit geheel vernietigd. Ook is het besluit van de minister van Verkeer en Waterstaat van 15 mei 2001 geschorst voor zover het de baan 23-05, voor zover langer dan 1.800 meter, betreft, tot zes weken nadat opnieuw is beslist op de bezwaren. Voor het overige zijn de beroepen ongegrond verklaard.
200603116/1, heeft de Afdeling een aantal van de tegen de beslissingen op bezwaar inzake het A-besluit en het RO-besluit ingestelde beroepen gedeeltelijk gegrond verklaard. De Afdeling heeft daarbij de beslissing op bezwaar inzake het A-besluit gedeeltelijk vernietigd en heeft de beslissing op bezwaar inzake het RO-besluit geheel vernietigd. Ook is het besluit van de minister van Verkeer en Waterstaat van 15 mei 2001 geschorst voor zover het de baan 23-05, voor zover langer dan
201100603/1/R1ter zitting behandeld op 3 november 2011, waar [appellant sub 1], in persoon, [appellant sub 2], in persoon, [appellant sub 3], vertegenwoordigd door J. Wittenberg, VOLE, vertegenwoordigd door mr. A.H.J. van den Biesen, advocaat te Amsterdam, [appellant sub 5], in persoon, en de staatssecretaris, vertegenwoordigd door mr. M. Rus-van der Velde, mr. B.J. Drijber en mr. R.S.J. Schmull, allen advocaat te Den Haag, mr. R.L.A. Morsink, K. Sevinga en mr. G.R. van Bruggen, allen werkzaam bij het Ministerie van Infrastructuur en Milieu, W.W. Haverdings, werkzaam bij ADECS Airinfra B.V., R. Lensink, werkzaam bij Bureau Waardenburg B.V., en P.H. Bleumink, werkzaam bij Buck Consultants International, zijn verschenen. Voorts zijn ter zitting gehoord de naamloze vennootschap Groningen Airport Eelde N.V. (hierna: GAE N.V.), vertegenwoordigd door mr. Q. Tjeenk Willink, mr. J.A.R. Vermont en mr. T.R. Ottervanger, allen advocaat te Amsterdam, en vergezeld door haar directeur J.G. Hillen en haar adjunct-directeur M.A. Sutterheim. Na de zitting zijn de zaken gesplitst.
200205524/1, is onder meer overwogen dat het toenmalige A-besluit terecht op het SBL is gebaseerd. Nu [appellant sub 5] geen nieuwe feiten en omstandigheden heeft aangevoerd, ziet de Afdeling geen aanleiding op dit punt met betrekking tot het bestreden besluit thans anders te oordelen.
200603116/1, zijn onder meer de beroepsgronden met betrekking tot nut en noodzaak beoordeeld. In deze uitspraak is overwogen dat uit verschillende onderzoeken is gebleken dat de huidige baanlengte hoe dan ook onvoldoende is om een rendabele exploitatie te kunnen voeren en dat de baanverlenging positieve effecten zal hebben op de exploitatiemogelijkheden van GAE, zodat de staatssecretaris van Verkeer en Waterstaat en de staatssecretaris van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer zich naar het oordeel van de Afdeling in die zaak in redelijkheid op het standpunt hebben kunnen stellen dat het A-besluit bijdraagt aan het behoud en de versterking van het luchtvervoerssysteem, de bereikbaarheid van de regio en de regionale economie. Nu [appellant sub 2] en [appellant sub 5] geen nieuwe feiten en omstandigheden hebben aangevoerd, ziet de Afdeling thans geen aanleiding op dit punt anders te oordelen.
200603116/1, heeft de Afdeling onder meer de beroepsgronden met betrekking tot de openstelling vanaf 06.30 uur beoordeeld. Het A-besluit is in voornoemde uitspraak op dit punt niet vernietigd en het bestreden besluit is op dit punt niet gewijzigd vastgesteld, zodat het betoog van [appellant sub 2] ten aanzien van de openstelling in de onderhavige procedure niet meer aan de orde kan komen.
200603116/1, heeft de Afdeling onder meer de beroepsgronden met betrekking tot de in het geluidsonderzoek gehanteerde rekenmethode beoordeeld. Uitgangspunt van deze Ke-methode is dat de uitkomsten van berekeningen met die methode een prognose geven van het aantal ernstig gehinderden binnen de 35 Ke-zone op grond van de zogenoemde dosis-effectrelatie.
200603116/1, heeft de Afdeling onder meer de beroepsgronden met betrekking tot de natuurwaarden beoordeeld. In deze uitspraak is overwogen dat geen aanleiding wordt gezien voor het oordeel dat de staatssecretarissen zich niet in redelijkheid op het standpunt hebben kunnen stellen dat in het rapport Waardenburg 2005 op basis van de beste wetenschappelijke kennis ter zake, alle aspecten van het A-besluit die op zichzelf of in combinatie met andere plannen of projecten de instandhoudingsdoelstellingen van de SBZ Zuidlaardermeer in gevaar kunnen brengen, zijn geïnventariseerd en dat zij zich in redelijkheid op het standpunt hebben kunnen stellen dat er wetenschappelijk gezien redelijkerwijs geen twijfel bestaat dat er geen schadelijke gevolgen zijn voor de natuurlijke kenmerken van de nabijgelegen SBZ Zuidlaardermeer. Nu het rapport Waardenburg 2009 te beschouwen is als een actualisatie van het rapport Waardenburg 2005 en in het rapport Waardenburg 2009 de effecten van het vliegverkeer van en naar de luchthaven niet op een andere manier zijn beoordeeld, heeft [appellant sub 5] ten aanzien van de SBZ Zuidelaardermeer in zoverre geen nieuwe feiten en omstandigheden aangevoerd. De Afdeling ziet derhalve geen aanleiding op dit punt thans anders te oordelen.
200603116/1, heeft de Afdeling overwogen dat de bijdrage van € 18,6 miljoen moet worden aangemerkt als staatssteun als bedoeld in artikel 87 van Pro het EG-Verdrag, thans artikel 107 van Pro het VWEU, […]. Naar het oordeel van de Afdeling in die uitspraak hadden de staatssecretaris van Verkeer en Waterstaat en de staatssecretaris van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer daarom de voorgenomen verlening van staatssteun moeten aanmelden, dan wel de Commissie moeten benaderen teneinde zekerheid te verkrijgen dat aanmelding volgens de Commissie niet nodig is. Door dit na te laten, is, zoals in de conclusie van de beschikking wordt aangegeven, in strijd gehandeld met de op Nederland als lidstaat rustende verplichting voortvloeiend uit artikel 88, derde lid, van het EG-Verdrag, thans artikel 108 van Pro het VWEU.
200603116/1, onder meer de beroepsgronden met betrekking tot nut en noodzaak beoordeeld. [appellant sub 2] heeft in de onderhavige procedure geen nieuwe feiten en omstandigheden aangevoerd, zodat de Afdeling in de onderhavige procedure geen aanleiding ziet op dit punt thans anders te oordelen, dan wel de Commissie opnieuw om informatie te vragen. Gelet op het voorgaande heeft [appellant sub 2] met hetgeen hij heeft aangevoerd naar het oordeel van de Afdeling niet aannemelijk gemaakt dat de beschikking is gebaseerd op zodanig onjuiste informatie dat de Commissie zich niet daarop heeft kunnen baseren. In de enkele stelling van [appellant sub 3] dat de Nederlandse autoriteiten de Commissie op belangrijke punten onvolledig, eenzijdig en onjuist hebben geïnformeerd wordt geen grond gevonden voor een ander oordeel. De Afdeling ziet derhalve geen aanleiding aan de geldigheid van de beschikking van de Commissie van 19 november 2009 te twijfelen, zodat in dit geval geen aanleiding bestaat tot het stellen van prejudiciële vragen.
200603116/1, rekening is gehouden met een latere aanleg van de baanverlenging en de (mede daaruit voortvloeiende) vertraging in het realiseren van de vervoersprognoses. Uit het geactualiseerde businessplan volgt volgens de ministers dat op basis van de meest recente kostenramingen het budget voor aanleg van de baanverlening toereikend is.
200905023/1/R3, kan een betoog dat ziet op de uitvoerbaarheid van een bestemmingsplan, waaronder ook de financieel-economische uitvoerbaarheid is begrepen, slechts leiden tot vernietiging van het bestreden besluit indien en voor zover het aangevoerde leidt tot de conclusie dat op voorhand in redelijkheid had moeten worden ingezien dat het bestemmingsplan niet uitvoerbaar is. De Afdeling is van oordeel dat het voorgaande eveneens geldt voor een betoog dat ziet op de uitvoerbaarheid van een A-besluit en een RO-besluit.