ECLI:NL:RVS:2012:BV7255
Raad van State
- Hoger beroep
- D.A.C. Slump
- Y.E.M.A. Timmerman-Buck
- J. Kramer
- Rechtspraak.nl
Vernietiging intrekking bouwvergunningen en toewijzing beroep tegen niet-ontvankelijkverklaring bezwaar
Het college van burgemeester en wethouders van Zeevang trok bij besluit van 12 maart 2010 bouwvergunningen in die aan belanghebbenden waren verleend voor bouwwerken op een perceel te Middelie. Het college verklaarde het bezwaar van appellante tegen deze intrekking niet-ontvankelijk. De rechtbank Haarlem verklaarde het beroep van appellante tegen deze niet-ontvankelijkverklaring ongegrond.
Appellante stelde dat zij als opvolgend eigenaresse van het perceel en exploitante van een stoeterij belanghebbende was bij een inhoudelijke beoordeling van de intrekking, omdat de intrekking terugwerkende kracht heeft en de bouwwerken zonder vergunning zijn gebouwd. De rechtbank had ten onrechte geoordeeld dat appellante slechts een afgeleid belang had, mede omdat zij opnieuw een vergunning kan aanvragen.
De Raad van State oordeelde dat appellante wel degelijk belanghebbende is als bedoeld in artikel 1:2 van Pro de Awb, omdat het besluit haar rechtstreeks raakt. De intrekking van de vergunningen heeft immers gevolgen voor haar exploitatie en de aanwezigheid van de bouwwerken zonder vergunning. Daarom werd het hoger beroep gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en het beroep tegen het besluit van niet-ontvankelijkverklaring alsnog gegrond verklaard.
Het college werd veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten en het betaalde griffierecht aan appellante. De zaak werd in het openbaar uitgesproken op 29 februari 2012.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank en het besluit van het college worden vernietigd, en het beroep tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het bezwaar wordt alsnog gegrond verklaard.