ECLI:NL:RVS:2013:1563
Raad van State
- Hoger beroep
- E. Helder
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitspraak inzake toepasselijkheid overgangsrecht bij intrekking bouwvergunning en dwangsom
Het college van burgemeester en wethouders van Oldenzaal heeft bij besluit een dwangsom van €250.000,- ingevorderd wegens het niet naleven van een intrekking van een bouwvergunning. Het college stelde dat het recht van de Vierde tranche van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), in werking getreden op 1 juli 2009, van toepassing was omdat de overtreding na die datum plaatsvond.
De rechtbank oordeelde echter dat het recht vóór de Vierde tranche van toepassing was, omdat de overtreding als een eenmalige overtreding vóór 1 juli 2009 moet worden beschouwd. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State bevestigt dit oordeel. De intrekking van de bouwvergunning heeft terugwerkende kracht, waardoor de bouw zonder vergunning wordt geacht te zijn begonnen in juni 2008.
De Afdeling benadrukt dat het overgangsrecht zo praktisch mogelijk moet worden toegepast en dat bouwen zonder vergunning als een eenmalige overtreding geldt, in tegenstelling tot voortdurende overtredingen. Het hoger beroep van het college wordt ongegrond verklaard en het college wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het hoger beroep van het college wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.