ECLI:NL:RVS:2012:BV7805
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- B. van Wagtendonk
- H. Troostwijk
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen afwijzing verblijfsvergunning asiel wegens ontbreken apostille op oproep uit Rusland
De vreemdelingen hadden aanvragen ingediend voor een verblijfsvergunning asiel, waarbij zij een oproep van de Russische Federatie overlegden met een merkzegel dat zij als apostille kwalificeerden. De rechtbank had aangenomen dat de authenticiteit van het document vaststond, maar de Raad van State oordeelde dat de rechtbank niet ambtshalve had beoordeeld of het merkzegel voldeed aan de vereisten van het Apostilleverdrag.
De Raad stelde dat het aan de vreemdelingen was om aan te tonen dat het merkzegel een apostille was conform het Apostilleverdrag, wat zij niet hadden gedaan. Het zegel voldeed niet aan de vorm- en afmetingseisen en er was geen bewijs dat in Rusland afwijkende apostilles werden gebruikt. Ook andere door de vreemdelingen overgelegde documenten vormden geen nieuw gebleken feiten of veranderde omstandigheden.
Daarom vernietigde de Raad het vonnis van de rechtbank en verklaarde de beroepen van de vreemdelingen ongegrond. Er was geen plaats voor rechterlijke toetsing van de besluiten van 18 juni 2009, waarin de verblijfsvergunningen waren geweigerd.
Uitkomst: Het hoger beroep van de minister wordt gegrond verklaard, het vonnis van de rechtbank vernietigd en de beroepen van de vreemdelingen ongegrond verklaard wegens het ontbreken van een geldige apostille.