ECLI:NL:RVS:2012:BV8595
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- H. Troostwijk
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Bevestiging rechtmatigheid detentie vreemdeling in detentiecentrum Zaandam ondanks aanwezigheid gedetineerden op strafrechtelijke titel
De vreemdeling was in vreemdelingenbewaring gesteld in het detentiecentrum Zaandam en stelde dat het verblijf in contact met vreemdelingen die op strafrechtelijke titel waren gedetineerd, in strijd was met artikel 16, eerste lid, van richtlijn 2008/115/EG. De rechtbank had dit beroep ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. De vreemdeling stelde hoger beroep in bij de Raad van State.
De Raad van State overwoog dat het detentiecentrum Zaandam een speciale inrichting is zoals bedoeld in artikel 16, eerste lid, van de richtlijn. Hoewel er soms vreemdelingen op strafrechtelijke titel verblijven, betreft dit uitsluitend personen die reeds in vreemdelingenbewaring waren en een straf of vervangende hechtenis van maximaal tien dagen ondergaan. De minister voert aan dat deze praktijk voorkomt dat vreemdelingen onnodig worden verplaatst en dat de uitzettingsprocedure onverminderd kan worden voortgezet.
Uit gegevens blijkt dat het aantal vreemdelingen op strafrechtelijke titel in het detentiecentrum zeer gering is en dat er geen sprake is van vermenging met reguliere gedetineerden. De Raad van State concludeert dat hierdoor geen schending van artikel 16, eerste lid, van de richtlijn plaatsvindt. Het verzoek om prejudiciële vragen aan het Hof van Justitie van de EU wordt afgewezen en het hoger beroep wordt ongegrond verklaard. Tevens wordt het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.