ECLI:NL:RVS:2012:BY1542
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- A.B.M. Hent
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatige plaatsing van vreemdeling in reguliere gevangenis in strijd met Terugkeerrichtlijn
De minister voor Immigratie en Asiel stelde hoger beroep in tegen een uitspraak van de rechtbank die oordeelde dat de tenuitvoerlegging van de maatregel van vreemdelingenbewaring in een reguliere gevangenisinrichting onrechtmatig was. De vreemdeling verbleef sinds 8 september 2011 in de Penitentiaire Inrichting (PI) Breda, zonder gescheiden te worden gehouden van strafrechtelijke gedetineerden, wat volgens artikel 16, eerste lid, van de Terugkeerrichtlijn verboden is.
De minister voerde aan dat het een regimekwestie betrof en dat de rechtbank ten onrechte een oordeel gaf over de plaatsing. Subsidiair stelde hij dat in uitzonderlijke gevallen, zoals ernstige verstoringen van de openbare orde, hiervan mocht worden afgeweken. De Raad van State oordeelde dat de rechtbank terecht een oordeel gaf over de locatie in het licht van het regime en dat de schending van artikel 16, eerste lid, van de Terugkeerrichtlijn dwingend is, zonder ruimte voor uitzonderingen.
De Raad van State bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank dat de tenuitvoerlegging van de maatregel onrechtmatig is en dat een wijziging van de tenuitvoerlegging moet worden bevolen. Tevens veroordeelde de Raad de minister tot vergoeding van proceskosten aan de vreemdeling.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt dat de plaatsing van de vreemdeling in een reguliere gevangenis zonder scheiding onrechtmatig is en wijst het hoger beroep van de minister af.