ECLI:NL:RVS:2012:BV9491
Raad van State
- Hoger beroep
- C.H.M. van Altena
- M.A. Graaff-Haasnoot
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens vervallen belang bij handhavingsverzoek woning
Appellant had een verzoek ingediend om handhavend op te treden tegen een woning aan een perceel te Kaatsheuvel. Het college wees dit verzoek af en verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk. De rechtbank verklaarde het beroep deels gegrond en legde het college op binnen vier weken bestuursdwang of dwangsom op te leggen. Appellant stelde hoger beroep in bij de Raad van State.
De Afdeling bestuursrechtspraak overwoog dat appellant geen belang meer had bij de beoordeling van het hoger beroep omdat hij inmiddels was verhuisd en de huurovereenkomst was beëindigd. Tevens was niet gebleken dat appellant namens andere bewoners optrad. Het betoog van appellant dat hij nog regelmatig aanwezig was in de woning en dat de veiligheid niet was gewaarborgd, leidde niet tot een ander oordeel.
De Afdeling oordeelde dat de bestuursrechter slechts rechtsvragen kan beantwoorden in een geschil over een besluit en dat appellant geen belang had bij verdere behandeling. Het hoger beroep werd daarom niet-ontvankelijk verklaard. Ook het beroep tegen het besluit van 20 september 2011 werd ongegrond verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep is niet-ontvankelijk verklaard wegens het vervallen van het belang van appellant.