ECLI:NL:RBLIM:2021:7737
Rechtbank Limburg
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Last onder dwangsom wegens illegale huisvesting arbeidsmigranten in strijd met bestemmingsplan
Eiser, bestuurder van een B.V. die eigenaar is van een perceel, wilde arbeidsmigranten huisvesten op dat perceel. Het college legde een last onder dwangsom op wegens overtreding van artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder c, van de Wabo, omdat het huisvesten in strijd was met het bestemmingsplan “Buitengebied” dat alleen wonen toestaat indien noodzakelijk voor het agrarisch gebruik.
Eiser maakte bezwaar en stelde dat er geen overtreding was omdat sprake zou zijn van regulier wonen, niet van arbeidsmigranten, en dat er bijzondere omstandigheden waren zoals concreet zicht op legalisering en een beroep op het vertrouwensbeginsel. De rechtbank oordeelde dat het perceel ten tijde van het besluit niet bestemd was voor wonen, dat de huisvesting niet noodzakelijk was omdat de bewoners elders werkzaam waren, en dat de toezichtrapportages betrouwbaar waren.
De rechtbank verwierp het beroep op bijzondere omstandigheden: het voorontwerp bestemmingsplan bood geen concreet zicht op legalisering en er was geen toezegging of gedoogbeleid dat het vertrouwen rechtvaardigde. Daarom was het handhavend optreden terecht en werd het beroep ongegrond verklaard.
De last onder dwangsom is ingetrokken na inwerkingtreding van een nieuw bestemmingsplan, maar eiser had procesbelang omdat hij schade heeft geleden door het niet kunnen huisvesten. De rechtbank veroordeelde eiser niet tot proceskosten.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen de last onder dwangsom is ongegrond verklaard omdat de huisvesting in strijd was met het bestemmingsplan en geen bijzondere omstandigheden tot afzien van handhaving bestonden.