Uitspraak
200304494/1) is de SAOZ te beschouwen als een onafhankelijke deskundige op het gebied van planschade en mag een bestuursorgaan in beginsel op een door de SAOZ uitgebracht advies afgaan. [appellant] heeft geen concrete feiten en omstandigheden aangedragen die het maken van een uitzondering op dit uitgangspunt rechtvaardigen. Dat de SAOZ van de gemeente een financiële vergoeding voor haar werkzaamheden heeft ontvangen, brengt niet met zich dat het advies niet op een onpartijdige en objectieve wijze informatie verschaft, dan wel dat concrete aanknopingspunten voor twijfel aan de juistheid of volledigheid van het advies bestaan. Derhalve heeft de rechtbank terecht overwogen dat er geen grond bestaat voor het oordeel dat de raad het advies niet aan de afwijzing van het verzoek om vergoeding van planschade ten grondslag mocht leggen om de reden dat de SAOZ niet onpartijdig is.
200200342/1) is een bestuursorgaan bij een verzoek om vergoeding van planschade als gevolg van een vrijstellingsbesluit, als bedoeld in artikel 19 van Pro de WRO, gehouden een vergelijking te maken tussen het oude en het nieuwe planologische regime ten tijde van de datum waarop dat besluit rechtskracht heeft gekregen (hierna: de peildatum). Voor de vergelijking is in dit geval derhalve niet van belang of de bouw van een agrarisch bedrijfsgebouw met een maximale hoogte van 15 m ten tijde van de inwerkingtreding van het bestemmingsplan mogelijk was, maar slechts of dat ten tijde van de inwerkingtreding van de vrijstellingsbesluiten, als bedoeld in artikel 3:40 van Pro de Awb, mogelijk was.
200905785/1/H2) mag een bestuursorgaan een besluit op een verzoek om vergoeding van planschade baseren op een advies van een door dat bestuursorgaan benoemde deskundige, indien uit dat advies blijkt welke feiten en omstandigheden aan de conclusie van dat advies ten grondslag zijn gelegd en deze conclusie niet onbegrijpelijk is, tenzij concrete aanknopingspunten voor twijfel aan de juistheid of volledigheid ervan naar voren zijn gebracht.