Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
Tussenuitspraak van de meervoudige kamer van 20 december 2013 in de zaak tussen
[eiser 2], te [woonplaats], eiser 2,
Procesverloop
Overwegingen
In de nadere reactie van 16 augustus 2013 merkt SAOZ op bij de conclusies te blijven van de eerdere rapportages, ook indien de binnenplanse afwijkingsmogelijkheden in het oude planologische regime buiten beschouwing blijven. Dat betekent – kort weergegeven – dat de SAOZ van mening is dat de vrijstelling voor eisers geen planologisch nadeel heeft opgeleverd waardoor zij schade hebben geleden, omdat de afstand van hun woningen tot de mast te groot is om visuele hinder op te leveren, de mast geen gezondheids- of zaaksschade veroorzaakt, terwijl de milieuhinder die wordt ervaren van de bestaande bebouwing en mogelijkheden zodanig is, dat deze bepalend is voor de waarde van hun woningen.
In hetgeen eisers hebben aangevoerd, is geen grond gelegen voor een ander oordeel. Daarbij neemt de rechtbank in aanmerking dat zij hun betoog, voor zover de bron is te traceren, niet hebben ondersteund met publicaties die inzichten bevatten die algemeen zijn aanvaard. Evenmin hebben zij hun betoog ondersteund met een in hun opdracht opgemaakt rapport van een onafhankelijke deskundige, dat duidelijke aanwijzingen bevat voor een tegengestelde conclusie.
Dat betekent dat ten tijde hier van belang, en ook thans, moet worden aangenomen dat elektromagnetische straling geen gezondheidsschade veroorzaakt.
In zoverre volgt de rechtbank SAOZ in haar conclusies dat, zo lang de voorschriften van de milieuvergunning niet worden overtreden, het niet aannemelijk is dat er gezondheidsrisico’s kunnen optreden. De rechtbank vindt steun voor dit oordeel in haar uitspraak van 7 januari 2011, ECLI:NL:RBSHE:2011:BP2583, de uitspraak van de ABRS van 21 oktober 2009, ECLI:NL:RVS:2009:BK0823 en in de uitspraak van de ABRS van 27 november 2013, ECLI:NL: RVS: 2013: 2148. Dit geldt ook eisers klacht dat door de aanwezigheid van de mast hun elektronische apparatuur wordt verstoord.
Voor zover eisers bedoelen dat het vrijstellingsbesluit eigenlijk nooit had moeten worden genomen en dat de gemeente aansprakelijk is vanwege gemaakte fouten, overweegt de rechtbank dat het vrijstellingsbesluit, nu het onherroepelijk is, voor rechtmatig moet worden gehouden en dat schade, die naar gesteld wordt veroorzaakt door onrechtmatig overheidshandelen, niet in aanmerking komt voor vergoeding op de voet van afdeling 6.1 van de Wro. Wat betreft het betoog van eisers dat hun woningen niettemin in waarde zijn gedaald omdat mogelijke kopers bevreesd zijn voor het stralingsgevaar van de aanwezigheid van de mast, volgt de rechtbank ook daarin de conclusie van SAOZ dat de gestelde schade het gevolg is van de subjectieve beleving van het wonen bij een mast, die niet objectiveerbaar is.
.De rechtbank is van oordeel dat de uiteindelijke conclusie van SAOZ dat geen sprake is van planologisch nadeel onvoldoende is gemotiveerd.
- Verweerder dient met behulp van een deskundige de schade als gevolg van het planologisch nadeel door verlies aan uitzicht en gewijzigde omgevingskarakteristiek te laten bepalen.
- Verweerder dient hierbij de WOZ-daling van de woningen van eisers te betrekken.
Beslissing
- stelt verweerder in de gelegenheid om binnen 8 weken na verzending van deze tussenuitspraak het gebrek te herstellen met inachtneming van de overwegingen en aanwijzingen in deze tussenuitspraak;
- houdt iedere verdere beslissing aan.