ECLI:NL:RVS:2012:BW1603
Raad van State
- Tussenuitspraak bestuurlijke lus
- J.A.W. Scholten-Hinloopen
- J.G.C. Wiebenga
- E. Helder
- Rechtspraak.nl
Bestemmingsplan 'Ruimte voor de Rivier' en niet-bestemmen ligplaatsen salonboten aan de Worp
De raad van de gemeente Deventer stelde op 25 mei 2011 het bestemmingsplan 'Ruimte voor de Rivier' vast, waarin ligplaatsen voor salonboten aan de Worp niet als zodanig werden bestemd. Rederij Eureka en Rederij Thuishaven, exploitanten van salonboten en pontons aan de IJssel nabij de Worp, stelden beroep in tegen dit besluit. Zij voerden aan dat hun bestaande rechten onvoldoende zijn meegenomen, dat hun ligplaatsen al sinds 1965 in gebruik zijn, en dat alternatieve locaties onvoldoende geschikt zijn.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State behandelde de zaak op 2 januari 2012 en overwoog dat het niet-bestemmen van de ligplaatsen mede is ingegeven door het belang de ruimtelijke kwaliteit en het beschermde stadsgezicht van Deventer te waarborgen. De Afdeling erkent dat de salonboten met een lengte tot 60 meter het zicht belemmeren. Echter, de raad heeft onvoldoende inzicht gegeven in de uitvoerbaarheid en geschiktheid van de alternatieve ligplaatsen en heeft niet onderbouwd dat het gebruik van de ligplaatsen binnen de planperiode zal worden beëindigd.
De Afdeling concludeert dat het besluit onvoldoende is gemotiveerd en in strijd is met artikel 3:46 van Pro de Algemene wet bestuursrecht. Daarom draagt zij de raad op binnen zestien weken het besluit alsnog toereikend te motiveren of het besluit te wijzigen met een andere planregeling, waarbij de wettelijke bekendmaking moet plaatsvinden. In de einduitspraak zal ook worden beslist over proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: De Raad van State draagt de gemeente Deventer op het bestemmingsplan binnen zestien weken alsnog toereikend te motiveren of te wijzigen betreffende de ligplaatsen van salonboten aan de Worp.