ECLI:NL:RVS:2012:BW3876
Raad van State
- Hoger beroep
- C.H.M. van Altena
- J.A. Hagen
- N.S.J. Koeman
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing vergoeding planschade wegens licht planologisch nadeel
Appellant verzocht om vergoeding van planschade wegens beperking van gebruiksmogelijkheden van een monumentale herenboerderij door een nieuw bestemmingsplan. De gemeenteraad wees het verzoek aanvankelijk af, maar kende later een vergoeding toe van €34.000, vermeerderd met rente. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, waarna appellant hoger beroep instelde bij de Raad van State.
De Raad onderzocht of appellant door het nieuwe bestemmingsplan in een planologisch nadeliger positie is gekomen. Het oude bestemmingsplan stond meer gebruiksmogelijkheden toe dan het nieuwe, dat beperkingen stelde, onder meer door een uitsterfclausule voor kantoorruimte. Deskundigenrapporten gaven aan dat het nadeel licht was en niet opwoog tegen de voordelen van het nieuwe plan, zoals meer bouwmogelijkheden en diversiteit in gebruik.
Appellant voerde aan dat de uitsterfclausule en de vereiste goedkeuring van de vereniging van eigenaren voor woningbouw het nadeel groter maakten. De Raad verwierp deze argumenten, stellende dat de uitsterfclausule een onzekere toekomstige gebeurtenis betreft en dat goedkeuring van de vereniging niet met zekerheid kan worden uitgesloten.
De Raad bevestigde dat het deskundigenadvies waarop de gemeenteraad zich baseerde betrouwbaar en voldoende gemotiveerd was. Het hogere beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.