Uitspraak
200904136/1/R3) volgt dat, nu tussen de bedrijfsbebouwing op het perceel De Haag 5A en de percelen waarop het beroep betrekking heeft de in het Blm genoemde afstand van 100 meter wordt aangehouden, aannemelijk is dat op die percelen een goed woon- en leefklimaat is gewaarborgd. Blijkens het aanvullend verweerschrift en het verhandelde ter zitting stelt de raad zich ook op dat standpunt, nu hij eerst indien niet wordt voldaan aan de afstandseis van 100 meter nader onderzoek naar de aanvaardbaarheid van het woon- en leefklimaat nodig acht. Het beroep van de raad op hetgeen in de uitspraak van de Afdeling van 6 april 2011, zaak nr.
200906521/T1/M3is overwogen vormt geen grond voor een ander oordeel. De passage waar de raad naar verwijst heeft betrekking op de vraag of onderzocht moet worden of aan de geluidgrenswaarden van het Blm kan worden voldaan, niet op de vraag of een aanvaardbaar woon- en leefklimaat kan worden verzekerd. Voorts gaat het in de uitspraak, anders dan in het onderhavige geval, niet om het mogelijk maken van nieuwe woningen aan dezelfde kant van het milieuhinder veroorzakende bedrijf als de bestaande woningen.
201103159/1/H1). Dit heeft tot gevolg dat de door [appellant sub 4] bestreden planregels wel beperkingen stellen aan de mogelijkheid om vergunningvrij bouwwerken op te richten die voldoen aan de eisen van artikel 3 van Pro bijlage II bij het Bor. Niet valt echter in te zien dat de raad deze regels met het oog op een goede ruimtelijke ordening niet in redelijkheid in het plan heeft mogen opnemen met het oog op de toetsing van de in artikel 3 van Pro bijlage II bij het Bor vermelde categorieën gevallen. Hierbij betrekt de Afdeling de stelling van de raad dat in de door [appellant sub 4] bestreden bepalingen de bestaande rechten uit het vigerend plan ongewijzigd zijn overgenomen.