Uitspraak
200204783/1), kan ook indien er nog niet daadwerkelijk een agrarisch bedrijf wordt uitgeoefend, maar er een aanzet is tot het exploiteren van een agrarisch bedrijf, bouwvergunning worden verleend wanneer in voldoende mate aannemelijk is dat een agrarisch bedrijf tot stand zal komen. Voor de beantwoording van de vraag of een aanzet tot een reëel agrarisch bedrijf aanwezig is, kunnen, naast de inkomsten die uit de agrarische activiteiten worden verkregen, bijkomende gegevens gewicht in de schaal leggen, waaronder het grondareaal, de intentie waarmee de agrarische activiteiten worden ondernomen en de tijd die hieraan wordt besteed. Gelet hierop, maakt de omstandigheid dat het bedrijf van [appellant sub 1] ten tijde van de aanvraag om bouwvergunning van 28 november 2006 en het besluit op bezwaar van 25 januari 2011 niet de door [appellant sub 1] beoogde omvang had, niet dat de aanvraag om bouwvergunning reeds om die reden in strijd was met artikel 3.2.1, aanhef en onder b, van de planvoorschriften. De rechtbank heeft derhalve terecht overwogen dat voldoende is dat het bouwplan aantoonbaar ten dienste zal staan van een reëel agrarisch bedrijf.