ECLI:NL:RVS:2012:BW4886
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- M.G.J. Parkins de Vin
- R. van der Spoel
- Rechtspraak.nl
Vaststelling vergewisplicht minister bij medische behandeling vreemdeling en beoordeling mvv-vrijstelling
De zaak betreft het hoger beroep van de minister tegen een uitspraak van de rechtbank die het besluit tot afwijzing van een verblijfsvergunning voor een vreemdeling met ernstige psychische klachten vernietigde. De minister had het Bureau Medische Advisering (BMA) geraadpleegd over de medische situatie en de mogelijkheid tot voortzetting van behandeling in het land van herkomst.
De Afdeling bestuursrechtspraak stelt vast dat de minister zich tijdig en voldoende heeft vergewist van de mogelijkheid tot fysieke overdracht aan behandelaars in Armenië of Georgië, zoals vereist door het BMA-advies. De minister had toegezegd de vreemdeling niet uit te zetten indien die overdracht niet geregeld kon worden, waarmee aan de vergewisplicht was voldaan.
Verder oordeelt de Afdeling dat het BMA-advies zorgvuldig en inzichtelijk tot stand is gekomen, en dat het niet binnen het medische deskundigheidsgebied valt om de effectiviteit van behandeling in het land van herkomst te beoordelen. De stellingen van de vreemdeling over de onbereikbaarheid van medicatie en mantelzorg worden onvoldoende onderbouwd geacht.
Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en het beroep van de vreemdeling ongegrond verklaard. De minister mag het oorspronkelijke besluit handhaven onder inachtneming van de motivering.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en het beroep van de vreemdeling ongegrond verklaard.