ECLI:NL:RVS:2012:BW6815
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- M.G.J. Parkins de Vin
- A.B.M. Hent
- Rechtspraak.nl
Bevestiging verlenging vreemdelingenbewaring wegens gebrek aan medewerking aan uitzetting
De zaak betreft het hoger beroep tegen de verlenging van de bewaring van een vreemdeling die geen rechtmatig verblijf heeft en niet meewerkt aan haar uitzetting naar China. De rechtbank had het verlengingsbesluit van de minister goedgekeurd en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. De vreemdeling voerde aan dat zij alle identiteitsgegevens had overlegd en dat het verlengingsbesluit onterecht was omdat er geen zicht zou zijn op uitzetting binnen een redelijke termijn.
De Raad van State overweegt dat de minister terecht heeft vastgesteld dat de vreemdeling niet meewerkte aan haar uitzetting, onder meer doordat zij geen aanvullende documenten heeft verstrekt en aliassen gebruikte. Ondanks het ontbreken van concrete afspraken met de Chinese autoriteiten, is volgens de Raad op basis van gegevens over gedwongen uitzettingen in 2011 en 2012 wel zicht op uitzetting binnen een redelijke termijn.
De Raad bevestigt dat de minister de bewaring met maximaal twaalf maanden mocht verlengen conform de Vreemdelingenwet 2000 en dat het verlengingsbesluit niet in strijd is met artikel 5 EVRM Pro. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de verlenging van de vreemdelingenbewaring wegens het ontbreken van medewerking aan uitzetting.