ECLI:NL:RBDHA:2013:CA2650
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling opheffing ongewenstverklaring en oplegging tienjarig inreisverbod
Eiser, een Afghaanse vreemdeling die sinds 1997 in Nederland verblijft, was ongewenst verklaard en kreeg een terugkeerbesluit opgelegd. Bij besluit van 27 september 2012 werd de ongewenstverklaring opgeheven, maar werd gelijktijdig een inreisverbod van tien jaar opgelegd op dezelfde gronden.
Eiser voerde aan dat het terugkeerbesluit door de opheffing van de ongewenstverklaring was komen te vervallen en dat hij door een interim measure van het EHRM rechtmatig verblijf had verkregen. Tevens stelde hij dat het inreisverbod in strijd was met het EVRM, de Terugkeerrichtlijn en dat artikel 1F van het Vluchtelingenverdrag niet opnieuw was beoordeeld.
De rechtbank oordeelde dat het terugkeerbesluit niet verviel door de opheffing van de ongewenstverklaring en dat de interim measure niet tot rechtmatig verblijf leidt. De belangenafweging in het kader van artikel 8 EVRM Pro was reeds in eerdere procedures vastgesteld en er waren geen nieuwe feiten die een heroverweging rechtvaardigen. Het motiveringsgebrek in de wettelijke grondslag werd met toepassing van artikel 6:22 Awb Pro gepasseerd.
Het beroep werd ongegrond verklaard en het inreisverbod van tien jaar werd bevestigd. De rechtbank zag geen aanleiding tot proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit tot opheffing van de ongewenstverklaring en oplegging van een tienjarig inreisverbod wordt ongegrond verklaard.