ECLI:NL:RVS:2012:BX0621
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- C.J. Borman
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit minister wegens gebruik niet-beëdigde tolk zonder schriftelijke motivering
De vreemdeling stelde beroep in tegen het besluit van de minister van 25 mei 2011 tot afwijzing van zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waarna de vreemdeling hoger beroep instelde bij de Raad van State.
In het hoger beroep stond centraal dat tijdens een nader gehoor op 14 september 2009 een beëdigde vertaler werd ingezet in plaats van een beëdigde tolk, terwijl de Wet beëdigde tolken en vertalers (Wbtv) onderscheid maakt tussen deze functies en voorschrijft dat de Immigratie- en Naturalisatiedienst uitsluitend beëdigde tolken of vertalers mag gebruiken, met een schriftelijke motiveringsplicht bij afwijking.
De Raad oordeelde dat de minister in strijd met artikel 28, lid 4, van de Wbtv heeft gehandeld door geen schriftelijke motivering te geven voor het gebruik van een beëdigde vertaler als tolk. Hierdoor is het besluit van de minister vernietigd en het beroep van de vreemdeling alsnog gegrond verklaard.
De minister werd tevens veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling ten bedrage van €1.311,00. De overige grieven behoefden geen bespreking.
Uitkomst: Het besluit van de minister wordt vernietigd wegens het gebruik van een niet-beëdigde tolk zonder schriftelijke motivering.