Uitspraak
201003855/1/H2ongegrond verklaard.
Raad van State
De gemeente Westland had bij besluit van 30 maart 2010 de vrijstelling van het verbod op zondagopenstelling van winkels uitgebreid naar het gehele grondgebied van de gemeente. De Kroon vernietigde dit besluit omdat de raad niet aannemelijk had gemaakt dat de gemeente over een autonome toeristische aantrekkingskracht beschikt die haar in belangrijke mate onderscheidt van andere gemeenten. Deze toeristische aantrekkingskracht is een vereiste voor toepassing van de vrijstellingsmogelijkheid in de Winkeltijdenwet.
De raad voerde aan dat de bestaande gedeeltelijke vrijstelling voor vier delen van de gemeente al voldeed aan dit criterium en dat de uitbreiding gerechtvaardigd was. De Raad van State oordeelde echter dat de Kroon terecht had geoordeeld dat de gemeente weliswaar toeristische ambities heeft, maar nog niet daadwerkelijk over autonome toeristische aantrekkingskracht beschikt. De door de raad overgelegde stukken waren onvoldoende om dit te weerleggen.
Daarnaast stelde de raad dat de Winkeltijdenwet in strijd zou zijn met de Dienstenrichtlijn. De Raad van State stelde vast dat de Winkeltijdenwet betrekking heeft op de verkoop van roerende lichamelijke zaken en niet op diensten of vestigingsvoorwaarden, waardoor de Dienstenrichtlijn niet van toepassing is. De regeling valt onder het begrip verkoopmodaliteiten en moet worden getoetst aan de bepalingen over het vrije verkeer van goederen uit het VWEU.
Ten slotte oordeelde de Raad dat het besluit van 30 maart 2010 niet wezenlijk verschilt van het eerder vernietigde besluit van 27 oktober 2009, zodat ook sprake is van strijd met artikel 281 van Pro de Gemeentewet. Het beroep van de gemeente werd ongegrond verklaard en het besluit van de Kroon bevestigd.
Uitkomst: Het beroep van de gemeente Westland wordt ongegrond verklaard en het besluit tot uitbreiding van zondagopenstelling van winkels wordt vernietigd.