ECLI:NL:RVS:2013:CA3645
Raad van State
- Hoger beroep
- M. Vlasblom
- H.G. Sevenster
- B.P. Vermeulen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering dagplaats op Rotterdamse donderdagmarkt wegens brancheringsbesluit
Op 14 oktober 2010 weigerde het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam mondeling aan appellant een dagplaats toe te wijzen op de donderdagmarkt te Rotterdam-West, een besluit dat op 15 oktober 2010 schriftelijk werd bevestigd. Appellant maakte bezwaar tegen deze weigering, dat op 22 februari 2011 ongegrond werd verklaard. De rechtbank Rotterdam verklaarde het beroep van appellant tegen deze beslissing op 16 februari 2012 ongegrond.
Appellant stelde in hoger beroep dat de Dienstenrichtlijn van toepassing is op zijn activiteiten en dat het Brancheringsbesluit niet aan de vereisten van deze richtlijn voldoet. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde echter dat de verkoop van kleding op de markt geen dienstverrichting is in de zin van de Dienstenrichtlijn, maar een verkoop van goederen betreft, en dat het Brancheringsbesluit niet binnen de werkingssfeer van de richtlijn valt. Ook het beroep op artikel 49 van Pro het VWEU werd verworpen omdat sprake is van een zuiver interne situatie zonder grensoverschrijdend element.
Daarnaast werd het betoog dat het Brancheringsbesluit in strijd is met algemene beginselen van behoorlijk bestuur verworpen. De Afdeling achtte het college gerechtigd om het Brancheringsbesluit vast te stellen op basis van een zorgvuldig opgesteld rapport, en concludeerde dat het besluit op een afdoende feitelijke grondslag is gebaseerd en in redelijkheid is genomen. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de weigering van een dagplaats op de donderdagmarkt te Rotterdam-West en verklaart het hoger beroep ongegrond.