Uitspraak
200907545/1/R1. Volgens RDW heeft de raad ten onrechte niet onderzocht of als gevolg van de geluidbelasting vanwege het gezoneerde industrieterrein een acceptabel werkklimaat is gewaarborgd op het nieuwe bedrijventerrein.
200907545/1/R1) is een kantoor in de Wgh niet aangemerkt als geluidgevoelig object, maar zoals is geoordeeld in de uitspraak van 15 januari 2003 in zaak nr.
200200707/1dienen bedrijfsruimten waar gedurende een langere periode van de dag personen verblijven die een zekere bescherming tegen onaanvaardbare geluidhinder behoeven, wel als geluidgevoelig te worden aangemerkt, zij het dat die ruimten niet dezelfde bescherming behoeven te krijgen als in het geval van een woning of een andere geluidgevoelige bestemming.
200907364/1/R2) dient aan de in een exploitatieplan opgenomen raming van de inbrengwaarde van percelen in beginsel een door een onafhankelijke deskundige uitgevoerde taxatie ten grondslag te liggen. Door Barenza is niet bestreden dat de taxateurs in dienst bij Oranjewoud B.V. kunnen worden aangemerkt als onafhankelijke en deskundige taxateurs.
200904489/1/R1heeft overwogen is artikel 3.5 van de Wabo niet alleen van toepassing in geval van een gedeeltelijk vernietigd exploitatieplan, maar ook in geval van een geheel vernietigd exploitatieplan. Een andere opvatting zou ertoe leiden dat het bestemmingsplan in werking zou zijn terwijl het kostenverhaal via de bouwvergunning, als bedoeld in artikel 6.17 van de Wro, niet meer verzekerd is. Het college van burgemeester en wethouders kan op grond van artikel 3.5, derde lid, van de Wabo de aanhoudingsplicht doorbreken en een omgevingsvergunning verlenen. Het instrument van aanhouding en doorbreking geeft het college van burgemeester en wethouders de mogelijkheid de omgevingsvergunning voor bouwen te verlenen bijvoorbeeld indien het kostenverhaal is verzekerd of niet nodig wordt geacht.