ECLI:NL:RVS:2012:BX7976
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- A.B.M. Hent
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatige bewaring vreemdeling door overschrijding uitspraaktermijn
De vreemdeling had bezwaar gemaakt tegen de verlenging van zijn bewaring door de minister. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees het verzoek om schadevergoeding af. De vreemdeling stelde hoger beroep in bij de Raad van State en klaagde over de overschrijding van de uitspraaktermijn zoals voorgeschreven in artikel 94 van Pro de Vreemdelingenwet 2000.
De Raad van State stelde vast dat partijen op 10 juli 2012 toestemming hadden gegeven voor afdoening zonder nadere zitting en dat het onderzoek op die datum was gesloten. De uitspraak had uiterlijk op 17 juli 2012 moeten plaatsvinden, maar vond pas plaats op 14 augustus 2012. Er waren geen omstandigheden die deze overschrijding rechtvaardigden, waardoor de bewaring vanaf 18 juli 2012 onrechtmatig werd.
De Raad van State verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde de uitspraak van de rechtbank, verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond, en bepaalde dat de vrijheidsontnemende maatregel per direct werd opgeheven. Tevens werd aan de vreemdeling een vergoeding toegekend voor de periode van onrechtmatige bewaring en werden proceskosten aan hem toegekend.
Uitkomst: De bewaring van de vreemdeling is onrechtmatig verklaard, de vrijheidsontnemende maatregel opgeheven en een schadevergoeding toegekend.