Uitspraak
200906091/1), is voor het oordeel door de bestuursrechter dat een privaatrechtelijke belemmering aan de verlening van vrijstelling in de weg staat, slechts aanleiding wanneer deze een evident karakter heeft. De burgerlijke rechter is immers de eerst aangewezene om de vraag te beantwoorden of een privaatrechtelijke belemmering in de weg staat aan de uitvoering van een activiteit. De rechtbank heeft terecht overwogen dat tussen vergunninghouder en [appellant] een verschil van mening bestaat over de vraag of de garage, waarop de dakopbouw is voorzien, over de erfgrens is gebouwd. Nu niet vast staat dat de erfgrens door het bouwplan wordt overschreden, heeft de voorzieningenrechter terecht overwogen dat er in zoverre geen grond is voor het oordeel dat een evidente privaatrechtelijke belemmering aan verlening van de omgevingsvergunning in de weg staat.