Uitspraak
200704652/1) mag van het horen slechts met toepassing van artikel 7:3, aanhef en onder b, van de Awb worden afgezien, indien er op voorhand redelijkerwijs geen twijfel over mogelijk is dat de bezwaren niet kunnen leiden tot een andersluidend besluit. Die situatie doet zich hier niet voor. In zijn bezwaarschrift heeft [appellant] aangevoerd dat het CBR onjuiste gegevens ten grondslag heeft gelegd aan het besluit van 29 september 2009. Door van het horen af te zien, heeft het CBR [appellant] de mogelijkheid ontnomen om deze stelling toe te lichten. De rechtbank heeft niet onderkend dat het CBR zich ten onrechte op het standpunt heeft gesteld dat van het horen mocht worden afgezien, omdat het bezwaar kennelijk ongegrond was.
201011847/1/H3het door [appellant] ingestelde hoger beroep ongegrond verklaard.