Uitspraak
201001860/1/H3), mag het CBR in beginsel uitgaan van de juistheid van een op ambtseed dan wel op ambtsbelofte opgemaakt proces-verbaal, tenzij tegenbewijs noopt tot afwijking van dit uitgangspunt. Hetgeen [appellant] heeft aangevoerd biedt geen steun voor het oordeel dat de feiten en omstandigheden, zoals vermeld in de processen-verbaal, onjuist zijn weergegeven. Geen grond bestaat voor het oordeel dat [appellant] door de verbalisanten had moeten worden gehoord. De in de melding genoemde feiten en omstandigheden rechtvaardigen volgens de Regeling het vermoeden van ongeschiktheid en daarmee het vorderen van een onderzoek naar de geschiktheid. Met de rechtbank is de Afdeling van oordeel dat een verklaring van [appellant] over die feiten en omstandigheden niet zou hebben afgedaan aan dit vermoeden. Hierbij wordt in aanmerking genomen dat uit het opleggen van een onderzoek naar de geschiktheid geen conclusie over de geschiktheid kan worden getrokken. De uitkomst van het onderzoek moet hierover juist duidelijkheid geven. Naar het oordeel van de Afdeling bestond voor het CBR geen aanleiding om te twijfelen aan het gerezen vermoeden dat [appellant] niet over de vereiste geschiktheid beschikte om een motorrijtuig te besturen, zodat het CBR gehouden was om een onderzoek naar de geschiktheid op te leggen.
201001838/1/H3), dient de rechtbank bij het toepassen van deze bevoegdheid rekening te houden met verschillende belangen, waaronder die van alle bij de procedure betrokken partijen, alsmede het belang van een goede rechtspleging dat is gediend met de voortvarende behandeling van zaken. Niet is gebleken dat de rechtbank bij afweging van de betrokken belangen niet in redelijkheid heeft kunnen besluiten het verzoek om verdaging af te wijzen. Daarbij heeft de rechtbank terecht in aanmerking genomen dat een gemachtigde wordt geacht het woord te voeren namens zijn cliënt. Voorts heeft de rechtbank met juistheid overwogen dat de omstandigheid dat de gemachtigde lange tijd geen contact heeft gehad met [appellant] voor risico komt van [appellant], nu hij op de hoogte was van de procedure en van hem verwacht mocht worden dat hij contact bleef houden met zijn gemachtigde.