Uitspraak
201100797/1/H2) bestaat geen recht op een voorschot kinderopvangtoeslag indien geen sprake is van een overeenkomst als bedoeld in artikel 52 van Pro de Wko die de basis vormt voor de kinderopvang. Gelezen in samenhang met artikel 18, eerste lid, van de Awir betekent dit, zo heeft de Afdeling voorts eerder overwogen (uitspraak van 19 oktober 2011 in zaak nr.
201103542/1/H2), dat degene die stelt recht te hebben op een voorschot kinderopvangtoeslag, dit aan de hand van een schriftelijke overeenkomst moet aantonen, en dat bij het ontbreken van de datum van ondertekening in de overgelegde overeenkomst niet vast staat dat de kinderopvang op basis van deze overeenkomst heeft plaatsgevonden en deze overeenkomst niet als bewijs voor kinderopvang kan dienen.